Kapelwoning naar Hendrick de Keyser

De Kapelwoning gaat nu grotendeels schuil achter het verwilderde struikgewas
Niet alleen het hoofdgebouw op Beeckestijn, ook de Kapelwoning en de Koetshuizen komen in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser. De Vrienden zijn daar erg blij mee, omdat het er lang naar heeft uitgezien dat de monumentale Kapelwoning op de vrije woningmarkt verkocht zou worden. 

Hendrick de Keyser verwerft historisch of architectonisch belangwekkende panden en garandeert daarmee het duurzame behoud. Eenmaal aangekocht onroerend goed wordt nooit meer van de hand gedaan. Wel restaureert de Vereniging. Eenmaal opgeknapt worden de panden doorgaans verhuurd.

De Kapelwoning zoals die  op de kaart van Michael voorkomt.
Met de koop blijft de Kapelwoning deel uit maken van de buitenplaats. Nu wordt het huisje tijdelijk bewoond door anti-kraak. Het monumentje is wel hard aan restauratie toe. De baldakijn aan de voorzijde is verdwenen en ook het torentje, dat oorspronkelijk op het dak stond, is in de loop der tijd verloren gegaan. Verder gaat het pand voor een belangrijk deel schuil achter de inmiddels verwilderde tuin en staat er een schuur op het terrein, die daar eigenlijk niet past.

Authentiek, zeldzaam en typologisch waardevol, noemt de Rijksdienst voor de  Monumentenzorg de uit 1770 daterende neogotische Kapelwoning op Beeckestijn. De Kapelwoning hoort onlosmakelijk bij Beeckestijn, vertelt Ton van Oostrom die verschillende publicaties over de buitenplaats op zijn naam heeft staan.

Op deze  tekening is de verdwenen baldakijn van de Kapelwoning goed te zien.
,, Al in 1760 heeft tuinarchitect Johann Georg Michael opdracht gekregen een ontwerp te maken voor een uitbreiding van de tuinen. In 1765 werd in het nieuwe gedeelte aan de Appelcoopers of Langelaen een woning gebouwd in de vorm van een neogotische kapel. Het huis was niet bedoeld om als kapel te fungeren, maar het ontwerp paste in de opkomst van de zogenaamde landschappelijke tuinaanleg, gekenmerkt door onverwachte aardige blikvangers in het landschap. Zogenaamde follies. De kapel werd gebruikt als personeelswoning.’’

De Koetshuizen zouden eerst in erfpacht naar Piet van den Bos van Huize Waterland gaan. Hij had plannen gemaakt om het onderhoud van de tuinen op Beeckestijn te combineren met die van zijn eigen buitenplaats. De kosten daarvan konden voor een deel worden goedgemaakt uit de huuropbrengst van de Koetshuizen. Omdat een belangrijke subsidieregeling voor particuliere huizenbezitters bij het onderhoud van historische tuinen is weggevallen, heeft Piet van den Bos afgezien van deze plannen. Nu gaat Natuurmonumenten het onderhoud organiseren.

Het zuidelijk Koetshuis
Hendrick de Keyser bezint zich nog op de bestemming van de Koetshuizen. Het is in ieder geval de bedoeling er een horecabedrijf te vestigen, dat straks nauw zal samenwerken met het podium voor tuin- en landschapscultuur. Volgens de plannen wordt op de begane grond van het hoofdgebouw een permanente tentoonstelling ingericht over ‘de invloed van de mens op de in cultuur gebrachte omgeving’. Een breed thema, waarbinnen veel ruimte zal zijn voor de historie en betekenis van tuinarchitectuur. Ook het verhaal van Beeckestijn zelf wordt daar bij betrokken.

Een deel van de koetshuizen en de bovenverdieping van het hoofdgebouw komen beschikbaar voor de verhuur als kantoorruimte, bij voorkeur aan organisaties en instellingen die actief zijn op het gebied van de groene buitenruimte. Een aantal ruimtes op Beeckestijn wordt geschikt gemaakt voor vergaderingen en conferenties. Straks kunnen op de buitenplaatsen ook weer huwelijken worden voltrokken en bruiloften gevierd.

beeckestijnvrienden