Directeur Rijksmuseum haalt uit naar Velsen

Ronald de Leeuw, hoofddirecteur Rijksmuseum Amsterdam en bijzonder hoogleraar museum- en verzamelbeleid aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hekelt in het Financieel Dagblad het besluit om museum Beeckestijn te sluiten. Hij stelt dat de gemeente Velsen zich gedraagt als een kortzichtige boekhouder. ´Het kastekort van een noodlijdende gemeente is een serieuze zaak, maar geen argument voor het opdoeken van erfgoed´, aldus De Leeuw.

Het stuk van Ronald de Leeuw is gepubliceerd op 22 oktober. De letterlijke tekst is hieronder te lezen.

Boekhouder of rentmeester

RONALD DE LEEUW

In 1873 richtte Victor de Stuers zich met het pamflet ‘Holland op zijn smalst’ tot zijn landgenoten om zijn hart te luchten over alle misstanden in de bescherming van Neerlands erfgoed. Aanleiding was de verkoop van het oksaal van de kathedraal van Den Bosch aan het Londense Victoria & Albert Museum. Niemand had zich tegen die transactie verzet. De Stuers’ pamflet vormde een keerpunt en het begin van de moderne monumentenzorg.

De tijd is rijp voor een nieuwe De Stuers. Orkesten worden opgedoekt, klassieke zenders van hun uitzendfrequentie beroofd. Ook lijkt opnieuw een uitverkoop van cultuurgoed ophanden. Musea ruiken de marktwaarde van hun collecties en gaan ‘ontzamelen’ om hun schrale aankoopbudgetten te spekken. Soms moedigt de overheid hen hiertoe zelf aan, zich steeds vaker gedragend als eigenaar, terwijl rentmeesterschap beter zou passen. Het waren immers gepassioneerde burgers die ons erfgoed bijeenhielden, waarna de zorg later aan de overheid werd toevertrouwd.

Een jaar of wat geleden kwam Huis Doorn in de gevarenzone, een cultuurhistorisch monument waarvan het voortbestaan om een kwestie van enkele tonnen in de waagschaal wordt gesteld. Nog voor deze kwestie is opgelost, is nu Huis Beeckestyn in het Noord-Hollandse Velsen aan de beurt. De armlastige gemeente heeft besloten deze gaaf bewaarde buitenplaats per 1 november a.s. te sluiten, met verkoop van het gebouw als doel. Dat het buiten recentelijk nog werd opgeknapt met Europese subsidies mag de pret niet drukken. Fraaie historische interieurs met bruiklenen van het Rijksmuseum en de Boreel Familiestichting alsmede de jarenlange inzet van een leger vrijwilligers ten spijt, ziet Velsen zijn kans een lucratieve onroerendgoeddeal te sluiten en meteen van een kostenpost af te komen.

Er wordt geklaagd dat kamerleden reagerend op lobby’s als reddende engelen optreden en daarmee regelmatig het echte ‘beleid’ doorkruisen. In principe is dat oordeel juist, maar het beleid is er ook naar. Als erfgoedbescherming lacunair geregeld is, dan zijn ad-hoclobby’s de enige route. De weg via Boris Dittrich is het effectiefst gebleken.

Toegegeven: er zijn kunstinstellingen die niet levensvatbaar zijn of met veel moeite in leven worden gehouden. Het is dan zinnig zich te beraden op andere opties. Sluiting is er één, maar niet de enige. Men kan het profiel bijstellen, nieuwe partners zoeken. De koninklijke weg is de zorg aan een andere instelling overdoen, liefst met een bruidsschat. In het geval van Beeckestijn is er geen gebrek aan ideeën hoe dat zou kunnen, als de wil aanwezig zou zijn.

Een overheid die zich gedraagt als een kortzichtige boekhouder in plaats van een rentmeester doet haar burgers tekort. Het kastekort van een noodlijdende gemeente is een serieuze zaak, maar geen argument voor het opdoeken van erfgoed. Waar regelgeving faalt, moet dringend een noodverband aangelegd worden. Tegen de onzalige haast waarmee wat in decennia of eeuwen werd opgebouwd wordt weggestreept tegen een begrotingstekort, ligt nu slechts één weg open: het lobbycircuit. Het belang van ons Nederlands erfgoed vraagt om een degelijker bescherming. Dan hoeft ook Boris Dittrich niet langer De Stuers te spelen.

Ronald de Leeuw is hoofddirecteur Rijksmuseum Amsterdam en bijzonder hoogleraar museum- en verzamelbeleid aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

beeckestijnvrienden